ECLI:NL:RBDHA:2025:11124
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht asiel in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet inhoudelijk behandeld omdat Zweden verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Nederland deed een verzoek tot terugname bij Zweden, dat werd geaccepteerd. Eiser stelde dat de situatie in Zweden uitzichtloos is en dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, ook al was het voornemen algemeen geformuleerd. Eiser kreeg de gelegenheid om te reageren en zijn bezwaren werden meegenomen. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Zweden ernstige tekortkomingen vertoont die leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, hetgeen eiser niet aannemelijk maakte.
Eiser voerde aan dat Zweden een streng asielbeleid voert en dat hij en zijn gezin geen permanente verblijfsvergunning kregen, maar dit werd niet als strijdig met Europees recht beoordeeld. Ook de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd door verweerder terecht niet toegepast. De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.