ECLI:NL:RBDHA:2025:11169
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist dit en voert aan dat het standaardvoornemen onzorgvuldig is en dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op schending van zijn rechten vanwege de slechte opvangsituatie.
De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom Frankrijk verantwoordelijk is en dat eiser de mogelijkheid heeft gehad om te reageren op het voornemen. De rechtbank acht het beroep kennelijk ongegrond omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de hoge drempel van zwaarwegendheid is bereikt die nodig is om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en recente AIDA-rapporten die aangeven dat de opvangsituatie in Frankrijk niet zodanig ernstig en structureel tekortschiet dat overdracht leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.