ECLI:NL:RBDHA:2025:1120
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 14 juli 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was, dat Kroatië niet de verantwoordelijke lidstaat is en dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling bij overdracht.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig en gemotiveerd tot stand is gekomen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Kroatië wordt geacht zijn verplichtingen na te komen. Eiser slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht. Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro tot onverplichte behandeling werd verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.M. Meijers op 20 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.