Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden heeft beslist op zijn asielaanvraag van 26 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser verzochte aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond en legt de minister een nieuwe beslistermijn op van zestien weken, conform het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom opgelegd van €100 per dag, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.