ECLI:NL:RBDHA:2025:11295
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht
Eisers, allen van Bengalese nationaliteit, maakten bezwaar tegen de intrekking van hun verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht vanaf 31 januari 2023, omdat eiseres was afgemeld bij haar onderwijsinstelling wegens onvoldoende financiële middelen. De minister handhaafde het besluit tot intrekking en legde tevens een terugkeerbesluit op.
De rechtbank oordeelde dat eisers geen procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat het betrof een principieel punt over de terugwerkende kracht van de intrekking, zonder dat eisers daarmee hun verblijfsvergunningen kunnen terugkrijgen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade hebben geleden door het besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor geen inhoudelijke beoordeling van het besluit plaatsvindt en eisers geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.