ECLI:NL:RBDHA:2025:11468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd, die nog voortduurt. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank Den Haag heeft het beroep op 20 juni 2025 behandeld via telehoor, waarbij eiser aanwezig was in het detentiecentrum te Rotterdam.
De rechtbank had de maatregel van bewaring reeds tweemaal eerder getoetst en oordeelde toen dat deze rechtmatig was tot het sluiten van het vorige onderzoek op 23 mei 2025. De vraag was nu of de maatregel sinds dat moment nog rechtmatig is. Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting bestaat omdat de Algerijnse consul geen laissez-passer zou afgeven.
De rechtbank oordeelde echter dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestaat, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het bericht van de minister dat een transportpresentatie gepland staat bij de Algerijnse ambassade. Bovendien rust op eiser de plicht om actief mee te werken aan zijn uitzetting, hetgeen onvoldoende is gebleken.
De minister werkt bovendien voldoende voortvarend aan de uitzetting, zoals blijkt uit rappellering op de laissez-passer-aanvraag en het vertrekgesprek met eiser. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.