ECLI:NL:RBDHA:2025:11469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting Algerije
De minister heeft op 31 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2025 behandeld, waarbij eiser niet persoonlijk verscheen maar zijn gemachtigde wel.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel getoetst en concludeerde dat deze tot het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was. Nu is alleen het tijdvak daarna beoordeeld. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting vanwege het uitblijven van medewerking van het Algerijnse consulaat en dat het niet goed met hem gaat.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, mede omdat eiser niet meewerkt aan het vertrekgesprek en de minister voldoende voortvarend handelt. De enkele stelling dat het niet goed met eiser gaat is onvoldoende om de bewaring te rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.