ECLI:NL:RBDHA:2025:1171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije bevestigd
Eiser, van Syrische nationaliteit, vluchtte in 2020 via Turkije naar Bulgarije, waar hij internationale bescherming kreeg. Hij reisde vervolgens door naar Nederland en vroeg asiel aan. De minister verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser al bescherming geniet in Bulgarije en het redelijk is dat hij daar terugkeert.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom terugkeer redelijk is en verwees naar slechte opvangomstandigheden in Bulgarije, onder meer gebaseerd op het AIDA-rapport en persoonlijke ervaringen. Hij stelde dat de situatie in Bulgarije leidt tot materiële deprivatie en schending van zijn rechten.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De algemene situatie in Bulgarije is zorgelijk maar niet zo slecht dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wordt doorbroken. Eiser heeft onvoldoende inspanningen verricht om zijn rechten in Bulgarije te effectueren. De minister heeft het besluit voldoende gemotiveerd en het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Bulgarije.