In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 20 mei 2023. De rechtbank had in een eerdere procedure een beslistermijn van zestien weken opgelegd aan de minister, maar deze is niet nagekomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Gelet op de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, wordt een kortere beslistermijn passend geacht. De minister krijgt daarom een termijn van acht weken om alsnog een besluit te nemen, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt zonder zitting. De procedure is kenmerkend voor bestuursrechtelijke geschillen over tijdige besluitvorming in het vreemdelingenrecht.