Eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op hun asielaanvraag van 25 juni 2023. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld, omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank stelt vast dat Nederland sinds 17 april 2024 verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en dat de minister de beslistermijn van zes maanden heeft overschreden. Eisers hebben de minister verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen, maar dit is niet gebeurd, waarna het beroep is ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden, legt de rechtbank een kortere beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding.
De minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers à €453,50. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen kunnen binnen vier weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.