ECLI:NL:RBDHA:2025:11979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld waarbij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat zijn duurzame relatie met een in Nederland verblijvende echtgenote onvoldoende was meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het voornemen en het besluit zorgvuldig waren voorbereid, waarbij de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en gemotiveerd heeft waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet werd toegepast.
De rechtbank overwoog dat de minister terecht terughoudend is in het gebruik van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 en Pro dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.