Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist op haar asielaanvraag van 15 april 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks een verzoek van eiseres niet binnen twee weken een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en oordeelt dat bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is. Na een nader gehoor op 17 april 2025 moet de minister binnen vier weken een besluit nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Deze dwangsom is bedoeld als prikkel en wordt redelijk geacht gezien de capaciteitsproblemen bij de minister. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier B.A. Smit en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.