ECLI:NL:RBDHA:2025:12161
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht gezin aan België op grond van Dublinverordening
Verzoekers, een gezin met vier meerderjarige kinderen, hebben asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvragen niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De verzoekers stellen dat zij in België geen opvang en gezinsbehandeling zullen krijgen, vooral vanwege de meerderjarigheid van de kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat verzoekers in België als gezin worden behandeld en dat de meerderjarige zoons opvang zullen krijgen. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, zodat het gezin niet wordt overgedragen aan België totdat het beroep op het bestreden besluit is afgerond.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers. De uitspraak is zonder zitting gedaan vanwege spoed en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat het gezin niet aan België wordt overgedragen totdat op het beroep is beslist.