ECLI:NL:RBDHA:2025:12600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, vroeg in 2022 een verblijfsvergunning aan voor familie en gezin, welke door de IND werd afgewezen. Zij diende op 19 augustus 2023 een aanvraag om bijstand in, die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen wegens het ontbreken van een rechtmatige verblijfstitel.
Eiseres betoogde dat zij procedureel rechtmatig verbleef en dat er dringende redenen waren om alsnog bijstand te ontvangen, gezien haar situatie met een minderjarig kind en een tweede kind op komst. De rechtbank oordeelde dat zij niet voldeed aan de vereisten van artikel 11, derde lid, onder b, van de Participatiewet, omdat zij niet eerder rechtmatig verblijf had gehad.
Daarnaast faalde het beroep op dringende redenen op grond van artikel 16, tweede lid, van de Participatiewet, omdat deze hardheidsclausule niet van toepassing is op vreemdelingen zoals eiseres. De rechtbank benadrukte dat het college niet buiten het wettelijk kader om verplicht kan worden bijstand te verlenen en verwees eiseres naar andere wettelijke voorzieningen voor vreemdelingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.