Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteitdragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 21 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie aan hem is opgelegd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 17 juli 2025 zonder zitting.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat het zicht op uitzetting ontbrak. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend handelde, met regelmatige rappels bij de Gambiaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. Er was geen reden om het presentatieverslag op te vragen, omdat de presentatie schriftelijk had plaatsgevonden.
Verder werd bevestigd dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, mede omdat de Gambiaanse autoriteiten geen weigering tot afgifte van een laissez-passer hebben kenbaar gemaakt en eiser niet actief meewerkte aan het aantonen van zijn nationaliteit. De ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.