Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is sinds 24 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek op 18 juni 2025 gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetst het voortduren van de bewaring sinds 12 mei 2025, na eerdere rechtmatigheidsbeoordelingen. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting, omdat bijna twee maanden na presentatie bij de Gambiaanse autoriteiten nog geen laissez-passer is afgegeven. De rechtbank constateert echter dat verweerder op 15 mei 2025 een vertrekgesprek heeft gevoerd en op 21 mei 2025 schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Gambiaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat deze uitzettingshandelingen voldoende voortvarend zijn en dat er zicht op uitzetting blijft. Eiser heeft geen feiten aangevoerd die dit zicht ondermijnen. Ook is niet gebleken dat de Gambiaanse autoriteiten weigeren een laissez-passer af te geven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.