ECLI:NL:RBDHA:2025:13147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Bbz-uitkering wegens onvoldoende gegevensverstrekking
Eiser heeft op 3 april 2024 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Het college heeft deze aanvraag op 27 mei 2024 met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld omdat eiser niet alle gevraagde documenten had aangeleverd. Ondanks meerdere kansen, waaronder tijdens de bezwaarprocedure, heeft eiser niet alle essentiële stukken verstrekt.
Eiser voerde aan dat tijdens een hoorzitting een medewerker van het college hem een toezegging had gedaan voor een Bbz-uitkering en een bedrag van € 6.000,-. De rechtbank oordeelde dat deze verklaring niet aannemelijk was en dat het ondertekenen van documenten uitsluitend de ontvangst bevestigde, niet een toezegging inhield.
De rechtbank concludeert dat het college terecht het besluit tot buiten behandelingstelling heeft gehandhaafd. Er was geen sprake van strijd met het evenredigheids-, zorgvuldigheids- of rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandelingstelling van de Bbz-aanvraag blijft in stand.