Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres 1], v-nummer: [nummer 1], eiseres 1
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank in op de vraag of de minister tussen referent en eiseressen ten onrechte geen bijkomende elementen van afhankelijkheid heeft aangenomen en of hechte en persoonlijke banden bestaan tussen eiseres 1 en de zoon van referent. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.Ze hebben namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat referent de enige is die hen financieel kan ondersteunen. De minister overweegt in dit kader ten onrechte dat eiseres 2 geen pogingen zou hebben ondernomen om een baan te vinden. Eiseressen hebben in beroep toegelicht dat eiseres 2 sinds de Taliban aan de macht is gekomen in Afghanistan niet meer kan werken en referent sindsdien financieel voor zijn moeder en zus zorgt. In Iran kan eiseres 2 ook niet werken, omdat zij daar illegaal verblijft en niet aan een werkvergunning kan komen. Wanneer zij in aanraking komt met de autoriteiten wordt ze uitgezet. Dit is al eerder gebeurd. Er is dus geen mogelijkheid om in hun eigen inkomen te voorzien. Het geld dat zij hadden verkregen door de verkoop van eigendommen is op. Er is voldoende onderbouwd dat sprake is van structurele financiële steun van referent. Eiseressen hebben namelijk uitgebreid uiteengezet hoeveel en hoe vaak geld is overgemaakt en welke bedragen zijn verstuurd. De bewijslast die de minister hanteert om aan te tonen dat niemand anders steun kan verlenen is te hoog, omdat in theorie iedereen steun kan geven en bieden.