In deze bestuursrechtelijke procedure bij de Rechtbank Den Haag heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 19 oktober 2022. In een eerdere procedure was vastgesteld dat de minister binnen acht weken moest beslissen, met een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding.
De minister heeft ook binnen deze termijn geen besluit genomen, waardoor eiser opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is en legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het overschrijden van de maximale termijn van 21 maanden volgens het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank bepaalt dat bij overschrijding van deze termijn een kortere beslistermijn passend is en legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 453,50. De minister moet binnen vier weken alsnog een besluit nemen, bij gebreke waarvan de dwangsom verschuldigd is.