Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis en het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De aanvraag werd ingediend op 21 maart 2024 en verweerder had uiterlijk 19 september 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 28 november 2024 en diende op 3 april 2025 het beroep in.
Verweerder past het fifo-principe toe bij de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvraag van eiser naar verwachting pas in januari 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het beroep aan te houden en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €453,50 en moet het griffierecht van €194 vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.