ECLI:NL:RBDHA:2025:14166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseert dit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen. Nederland heeft Duitsland als verantwoordelijke lidstaat aangewezen en een verzoek tot terugname gedaan, dat door Duitsland is aanvaard.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege incidenten in Duitse opvangvoorzieningen en schendingen van het Vluchtelingenverdrag, waaronder grenscontroles die asielzoekers belemmeren. Hij stelt ook dat hij geen adequate toegang tot de rechter en rechtsbijstand in Duitsland heeft gehad. De rechtbank oordeelt echter dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk heeft bevestigd dat het vertrouwensbeginsel voor Duitsland nog steeds geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat overdracht aan Duitsland een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest inhoudt.
Verder wijst de rechtbank erop dat de artikelen waarop eiser zich beroept betrekking hebben op oudere incidenten en niet op de situatie van Dublinterugkeerders. Het beroep op indirect refoulement faalt eveneens omdat de rechtbank niet mag toetsen aan het non-refoulementbeginsel zonder aanwijzingen voor systeemfouten in Duitsland. Ook het betoog dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen wordt verworpen wegens gebrek aan bijzondere individuele omstandigheden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister eiser aan Duitsland mag overdragen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier Berendsen en is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.