Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 24 oktober 2024 waarin zij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het beroep gegrond was.
De rechtbank overwoog dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts vereist is, een bijzondere situatie geldt. Op basis van eerdere uitspraken stelde de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen het UWV eerst een medische beoordeling moet verrichten (binnen zes weken) en vervolgens binnen drie weken een besluit moet nemen. Deze termijn houdt rekening met de structurele tekorten aan verzekeringsartsen.
Het UWV had aangegeven dat het bezwaarschrift met voorrang werd behandeld, maar kon geen concrete datum voor de medische beoordeling geven. Daarom werd het UWV veroordeeld om binnen de gestelde termijn alsnog een beslissing te nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De rechtbank veroordeelde het UWV ook tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.