De rechtbank Den Haag behandelt het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen, ingediend op 2 oktober 2022. In eerdere procedures heeft de rechtbank het eerdere besluit van de minister vernietigd en een beslistermijn van tien weken opgelegd, die niet is nageleefd.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke termijn van 21 maanden voor besluitvorming is overschreden en dat de minister ondanks een eerder opgelegde termijn niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Op grond van vaste jurisprudentie is een ingebrekestelling vereist, maar deze is niet nodig omdat de minister zich niet aan de rechterlijke termijn heeft gehouden.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.