Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Na het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat de overschrijding mede te wijten is aan de lange wachttijden bij verzekeringsartsen. De rechtbank verwijst naar haar eerdere jurisprudentie waarin zij een termijn van zes weken voor een medische beoordeling en drie weken voor het nemen van een besluit hanteert.
In dit geval was een hoorzitting met een verzekeringsarts gepland op 22 juli 2025, waarna het UWV binnen drie weken een besluit had moeten nemen. Gezien de verstreken tijd bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Het betaalde griffierecht en proceskosten worden aan eiser vergoed.