ECLI:NL:RBDHA:2025:16713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent.
De rechtbank stelt vast dat de minister van Asiel en Migratie de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval en legt daarom een langere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijkheid tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000, waarvan € 1.442 reeds is verbeurd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, proceskosten van € 453,50 en vergoeding van het griffierecht van € 194.
De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.