ECLI:NL:RBDHA:2025:16715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank buiten zitting uitspraak doet.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen, proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 8 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.