Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 16 september 2024 waarin hij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat er sprake was van een bijzonder geval vanwege het tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het nemen van een beslissing vertraging opliep. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat het UWV zes weken krijgt om een medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, met een maximumtermijn van negen weken na de uitspraak.
In deze zaak is niet gebleken wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden, waardoor het UWV wordt opgedragen binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het griffierecht en proceskosten worden aan eiser vergoed.