ECLI:NL:RBDHA:2025:16843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en voortvarendheid minister
De minister heeft op 24 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder getoetst en tot het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig bevonden. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de minister voldoende voortvarend handelde bij het verkrijgen van een laissez-passer van de Marokkaanse autoriteiten. Ondanks dat de minister in augustus niet nogmaals rappelleerde vanwege verlof van de Marokkaanse vertegenwoordiger, oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelde door regelmatige rappelleringen en vertrekgesprekken.
Eiser voerde aan dat het voortduren van de bewaring onevenredig bezwarend is vanwege zijn medische situatie. De rechtbank stelde vast dat eiser weliswaar slaapproblemen heeft, maar dat de minister voldoende rekening houdt met zijn medische omstandigheden en dat de zorg in het detentiecentrum adequaat is. Daarnaast kan eiser klachten over de medische zorg indienen bij de Commissie van toezicht.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en vond geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel in twijfel te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.