ECLI:NL:RBDHA:2025:16979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 8 april 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd eerder door de rechtbank getoetst in uitspraken van mei, juni en juli 2025. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 23 juli 2025 de maatregel rechtmatig was. Eiser voerde aan dat geen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat, waardoor de bewaring in strijd zou zijn met artikel 5 EVRM Pro en artikel 6 EU Pro-Handvest. De rechtbank verwierp dit omdat de Marokkaanse autoriteiten niet hebben aangegeven dat een laissez passer niet zal worden afgegeven en er voldoende stappen zijn gezet om uitzetting mogelijk te maken.
Verder stelde eiser dat de belangenafweging disproportioneel is en de bewaring onrechtmatig voortduurt. De rechtbank stelde dat gedurende de eerste zes maanden van bewaring het belang van de minister zwaarder weegt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Die omstandigheden ontbraken hier, mede omdat eiser geen nieuwe feiten of argumenten aanvoerde.
Ambtshalve toetsing leidde eveneens niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier K.H.M.M. Otten op 15 september 2025. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.