Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Omdat het UWV niet tijdig besliste op het bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV geen nieuw besluit had genomen.
De rechtbank overwoog dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het UWV een termijn van zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, met een maximum van negen weken na de uitspraak. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en de hoge werkvoorraad achtte de rechtbank dit een passend termijn.
De rechtbank legde het UWV op binnen deze termijn alsnog een beslissing te nemen en stelde een dwangsom van € 100,- per dag vast, met een maximum van € 15.000,-. Tevens werd het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres toegewezen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 18 september 2025.