ECLI:NL:RBDHA:2025:17977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verbleef sinds maart 2025 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en oordeelde toen dat deze rechtmatig was tot 21 augustus 2025.
De kern van het geschil betrof de voortvarendheid van de verweerder en het zicht op uitzetting van eiser naar Algerije. Ondanks meerdere rappels aan de Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser, was nog geen laissez-passer afgegeven. De rechtbank stelde vast dat het zicht op uitzetting niet ontbrak en dat verweerder voldoende voortvarend handelde.
Eiser leverde onvoldoende medewerking om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen, hetgeen nodig is voor de afgifte van het laissez-passer. De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.