ECLI:NL:RBDHA:2025:17997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep bewaring van een Ghanese vreemdeling met zicht op uitzetting
Op 30 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de maatregel van bewaring van een Ghanese vreemdeling, eiser, die al meer dan zes maanden in bewaring verblijft. De minister van Asiel en Migratie had op 14 maart 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op basis van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft eerder beroep aangetekend tegen het voortduren van deze maatregel, en de rechtbank heeft deze eerder getoetst in uitspraken van 1 april, 3 juni en 9 juli 2025. De minister heeft op 15 september 2025 verzocht om te beoordelen of de bewaring kan voortduren, waarbij een voortgangsrapportage is overgelegd. Tijdens de zitting op 23 september 2025 is eiser verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft het toetsingskader uiteengezet en vastgesteld dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 8 juli 2025. De rechtbank heeft vervolgens beoordeeld of er zicht op uitzetting naar Ghana bestaat. Eiser betoogde dat dit niet het geval was, maar de rechtbank oordeelde dat er nog steeds zicht op uitzetting is, mede omdat de Ghanese ambassade heeft aangegeven binnenkort te reageren op de aanvraag voor een laissez-passer. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij uit Burkina Faso komt, wat zijn stelling over het ontbreken van zicht op uitzetting naar Ghana ondermijnt.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister voldoende voortvarend handelt in het proces van uitzetting. De rechtbank concludeert dat er geen grond is om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.