ECLI:NL:RBDHA:2025:17997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en is eerder door de rechtbank getoetst bij uitspraken in april, juni en juli 2025. De minister verzocht de rechtbank opnieuw te beoordelen of de bewaring kan voortduren, waarbij een voortgangsrapportage werd overgelegd.
Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting naar Ghana bestaat, mede omdat hij al langer dan zes maanden in bewaring zit en de Ghanese ambassade niet reageert. De rechtbank oordeelde echter dat er nog wel zicht is op uitzetting, mede omdat de minister contact heeft gehad met de ambassade en deze op korte termijn een reactie op de laissez-passer aanvraag zal geven. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij uit Burkina Faso komt en heeft geen actie ondernomen om dit te onderbouwen.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank vond dat de minister voldoende stappen heeft ondernomen, zoals herhaaldelijk rappelleren bij de ambassade en het voeren van vertrekgesprekken. De minister is afhankelijk van de ambassade voor de afgifte van het reisdocument. De rechtbank zag geen aanleiding om uitzettingshandelingen richting Burkina Faso te verrichten.
Ambtshalve toetsing door de rechtbank leverde geen andere conclusie op. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.