ECLI:NL:RVS:2023:37
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel wegens niet-beoordeling verzoek bestuurlijke heroverweging
De vreemdeling diende meerdere asielaanvragen in, waarvan de laatste op 20 september 2021 werd ingewilligd met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde dat hij tevens een verzoek om bestuurlijke heroverweging had ingediend, dat niet was meegenomen in het besluit van 7 december 2021.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een verzoek om bestuurlijke heroverweging moet worden onderscheiden van een opvolgende asielaanvraag en dat de staatssecretaris in beginsel een dergelijk verzoek moet betrekken bij zijn besluit, tenzij het verzoek onredelijk laat wordt gedaan. De vreemdeling had het verzoek tijdig en duidelijk ingediend, en het betrof dezelfde feiten en omstandigheden als eerdere aanvragen.
De Afdeling oordeelde dat het niet betrekken van het verzoek om bestuurlijke heroverweging onrechtmatig was en vernietigde het besluit van 7 december 2021 voor zover dit verzoek niet was meegewogen. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en te beoordelen of de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op een eerdere datum dan 20 september 2021 moet worden gesteld. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 7 december 2021 wordt vernietigd voor zover het verzoek om bestuurlijke heroverweging niet is meegewogen, en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.