Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 4 september 2022. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al een beslistermijn van zestien weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden en het recente nader gehoor op 2 december 2024, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, ingaande de dag na deze uitspraak.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.