Eiser heeft op 20 januari 2025 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn WIA-uitkering bij het UWV. Na het uitblijven van een beslissing heeft eiser op 7 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank overweegt dat vanwege het tekort aan verzekeringsartsen sprake is van een bijzonder geval, waardoor het UWV een termijn van zes weken krijgt om een medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, in totaal maximaal negen weken na verzending van de uitspraak. Omdat de medische beoordeling nog niet gepland is, moet het UWV binnen deze termijn alsnog beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 24 september 2025.