ECLI:NL:RBDHA:2025:18217
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Denemarken
Eiser, met Sri Lankaanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Denemarken verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door een standaardvoornemen te gebruiken en onvoldoende rekening te houden met het belang van zijn minderjarige kinderen, en dat hij in Denemarken een reëel risico liep op onmenselijke behandeling. De rechtbank oordeelde dat het standaardvoornemen voldeed aan de vereisten en dat verweerder de belangen van de kinderen wel degelijk had betrokken.
De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Denemarken niet aan zijn verplichtingen zou voldoen. Ook was geen sprake van omstandigheden die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereisten. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.