ECLI:NL:RVS:2024:3165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens ontbreken systeemfouten in Deens asielbeleid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 21 februari 2023 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 2 mei 2023 ongegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was, ondanks betwisting van de vreemdeling over het belang van de minister vanwege de verstreken overdrachtsdatum. De Afdeling verwierp het betoog van de vreemdeling dat er sprake was van een fundamenteel verschil tussen het Deense en Nederlandse beschermingsbeleid dat een risico op indirect refoulement zou veroorzaken.
De vreemdeling stelde dat zij in Denemarken in een terugkeercentrum zou worden geplaatst en dat haar lichamelijke en psychische klachten een overdracht onredelijk hard maken. De Afdeling vond dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk waren en dat Denemarken adequate medische zorg biedt. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.