ECLI:NL:RBDHA:2025:18288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft de beroepen op zitting behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft besloten geen gebruik te maken van registertolken vanwege spoedeisendheid en dat er geen aanwijzingen zijn dat de communicatie met niet-registertolken onvoldoende was. Tevens mag de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, ondanks zorgen van eisers over opvangproblemen.
Verder is vastgesteld dat de medische situatie van eisers, waaronder zwangerschap en psychische problematiek, geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de medische zorg in Duitsland vergelijkbaar is met die in Nederland.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond, blijft het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen in stand en mogen eisers worden overgedragen aan Duitsland. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen blijft in stand.