ECLI:NL:RBDHA:2025:18298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en inreisverbod wegens onvoldoende motivering onttrekkingsgevaar
Eiser, een Kosovaarse burger geboren in 1993, verbleef langer dan de visumvrije termijn in Nederland vanwege detentie. Verweerder legde een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een inreisverbod van twee jaar op, gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser voerde aan dat zijn detentie de overschrijding veroorzaakte en dat er onvoldoende motivering was voor het onttrekkingsgevaar.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft toegelicht waarom het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en de beperkte middelen van eiser leiden tot onttrekkingsgevaar, zeker gezien eiser in detentie verbleef en ingeschreven stond in de BRP. Tevens is onvoldoende rekening gehouden met de verklaringen van eiser over zijn intentie om terug te keren en zijn familiebanden in Nederland.
Daarom is het opleggen van een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn onterecht en daarmee ook het inreisverbod. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en eiser wordt in de proceskosten van € 1.814,- tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en het inreisverbod zijn vernietigd wegens onvoldoende motivering van onttrekkingsgevaar.