Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun asielaanvragen van 24 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eisers gestelde termijn heeft besloten.
De rechtbank verklaart de beroepen ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog te beslissen, conform het ‘8+8 wekenmodel’ dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eisers krijgen hiermee gelijk en de minister wordt aangespoord om binnen de gestelde termijn te handelen.