Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische vreemdeling zonder identiteitsdocumenten, werd op 20 september 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. De maatregel werd op 24 september 2025 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding en bewaring op een juiste wettelijke grondslag plaatsvonden. Hoewel het M122-formulier ontbrak, leidde dit gebrek niet tot onrechtmatigheid omdat eiser niet in zijn belangen was geschaad. De rechtbank bevestigde dat eiser als asielzoeker kon worden aangemerkt ondanks het ontbreken van een ondertekende asielaanvraag.
De zwaarwegende gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van geldige documenten bij binnenkomst en het risico op onttrekking aan toezicht, werden als feitelijk juist beoordeeld. Het beroep op toepassing van een lichter middel en onvoldoende voortvarendheid faalde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.