ECLI:NL:RBDHA:2025:18693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 10 oktober 2025 het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. Uit EU-VIS-gegevens bleek dat eiser een geldig Frans Schengenvisum had, en het claimakkoord met Frankrijk werd geacht op 9 juni 2025 fictief tot stand te zijn gekomen.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder onzorgvuldigheid bij het claimakkoord, onjuiste interpretatie van de visumgeldigheidsduur, het gebruik van een niet-registertolk, en het niet toepassen van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege zijn relatie en ongeboren kind. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat het voornemen een voorbereidingshandeling is, de visumgeldigheidsduur correct werd geïnterpreteerd, de inzet van een niet-registertolk gerechtvaardigd was en geen bijzondere omstandigheden van onevenredige hardheid waren aangetoond.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk terecht werd toegepast ondanks problemen in de Franse opvang, aangezien geen reëel risico op ernstige schade is vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.