ECLI:NL:RBDHA:2025:18840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Duitsland
Eiseres, met de Ugandese nationaliteit, betwist het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt dit beroep aan de hand van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, het BMA-advies over haar ernstige psychische problematiek en relevante jurisprudentie zoals het arrest C.K. en het Tarakhel-arrest.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland structurele tekortkomingen vertoont die een onmenselijke of vernederende behandeling opleveren. Het BMA-advies stelt dat eiseres alleen kan reizen onder strikte medische voorwaarden en dat zij fysiek moet worden overgedragen aan een Duitse behandelaar. De minister mag op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uitgaan dat Duitsland passende zorg biedt.
Verder is volgens de rechtbank geen sprake van een reëel risico op ernstige verslechtering van haar gezondheidstoestand door de overdracht, zoals vereist in het arrest C.K. Ook het beroep op het Tarakhel-arrest faalt omdat eiseres geen aanvullende garanties heeft aangetoond die noodzakelijk zijn voor haar bijzondere kwetsbaarheid.
Ten slotte is er geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden in de zin van artikel 17 van Pro de Dublinverordening die een behandeling in Nederland rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.