Eiseres heeft op 6 december 2024 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. Omdat het UWV niet tijdig op dit verzoek heeft beslist, heeft eiseres op 21 juli 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn door het UWV is overschreden en dat het UWV geen nieuwe beslissing heeft genomen ondanks een ingebrekestelling. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen, maar de rechtbank stelt vast dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
De rechtbank overweegt dat vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV en de noodzaak van een medisch advies, een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak passend is. Binnen zes weken moet de medische beoordeling plaatsvinden, waarna het UWV binnen drie weken een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.