Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 26 april 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ook na verzoek van eiser niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt de minister opgedragen binnen een termijn van zestien weken na dagtekening van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij het zogenoemde '8+8 wekenmodel' wordt gehanteerd.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Ook wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Hiermee wordt beoogd de minister te bewegen tot tijdige besluitvorming in het bestuursrechtelijke asielproces.