Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Senegalese vreemdeling met PTSS en ernstige psychiatrische klachten, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege zijn gezondheidstoestand. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat medische behandeling en medicatie in Senegal beschikbaar zijn en voldoende om een medische noodsituatie te voorkomen, mits de fysieke overdracht adequaat wordt geregeld.
Verweerder wees het verzoek om uitstel van vertrek af, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat de noodzakelijke zorg in Senegal voor hem persoonlijk niet toegankelijk is. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid en financiële situatie geen toegang tot zorg of familieondersteuning heeft, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat eiser dezelfde argumenten en rapporten overlegd had als bij een eerdere voorlopige voorziening, waaruit bleek dat de informatie niet specifiek op zijn persoonlijke situatie was toegespitst. Ook de verklaring van een psychiater bevestigde alleen het risico op medische noodsituatie bij uitblijven van behandeling, maar niet de ontoegankelijkheid van zorg in Senegal.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiser geen vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees het beroep af omdat eiser niet voldeed aan de bewijslast om feitelijke ontoegankelijkheid van zorg aan te tonen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg in Senegal voor hem niet feitelijk toegankelijk is.