Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 6 april 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het ‘8+8 wekenmodel’ dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is gehanteerd.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser krijgt de mogelijkheid om binnen zes weken verzetschrift in te dienen indien hij het niet eens is met de uitspraak.