In een eerdere procedure heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de minister gegrond verklaard en de minister een beslistermijn van zes weken opgelegd om alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag van 24 februari 2023.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen, waarna eiser opnieuw beroep heeft ingesteld. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond en bevestigt dat de minister binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt tevens een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ter hoogte van € 453,50.
De rechtbank verwijst naar het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar oordeelt dat bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is. De beslissing is genomen zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.