Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 9 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet alsnog binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het ‘8+8 wekenmodel’ zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Hiermee wordt de minister juridisch verplicht om binnen de gestelde termijn te beslissen en wordt de rechtsbescherming van de asielzoeker versterkt.