Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 3 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt de minister op om binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening is gehouden met het 8+8 wekenmodel en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen.